In de loop van de twintigste eeuw kwam in Nederland een uitgebreide geestelijke gezondheidszorg tot ontwikkeling. De psychiatrie,ontstaan als medisch specialisme ter behandeling van geestesziekte, werd onderdeel van een breder aanbod van geneeskundige en psychosociale hulpverlening. Deze heeft een stempel gedrukt op de Nederlandse samenleving en het moderne mensbeeld. Afwijkende gedragingen en levensmoeilijkheden werden steeds meer in termen van geestesstoornis of psychisch probleem benoemd. Nederlanders maken in groten getale en frequent gebruik van therapeutische voorzienin¬gen. In hoeverre hangt de sterke tendens om levens- en gedragsmoeilijkheden als psychiatrische en psychologische problemen te behandelen samen met specifieke kenmerken van de Nederlandse maatschappij en cultuur? Hoe uniek waren de Nederlandse psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg in vergelijking met andere landen?
Deel I gaat over de veranderingen in de krankzinnigenzorg en de expansie van het psychiatrisch werkterrein tussen 1870-1918. Rond de Eerste Wereldoorlog kwamen enkele ontwikkelingen op gang die de psychiatrie een nieuw gezicht gaven en die het fundament legden voor de verdere verbreding van haar werkveld. In deel 2 staan die vernieuwingen tijdens het interbellum centraal. Naast de zich in sociale en medische zin innoverende inrichtingspsychiatrie ontstond een nieuw werkterrein, dat van de geestelijke volksgezondheid. De in deel 3 behandelde periode, oorlog en wederopbouw, kenmerkt zich door de consolidatie en verdere organisatorische uitbreiding van wat in het interbellum tot stand was gekomen. Tevens werd de basis gelegd voor de inhoudelijke vernieuwingen die vanaf 1965 op bredere schaal ingang zouden vinden in de psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg.
De in deel 4 behandelde jaren 1965-1985 vormen een bewogen periode in de geschiedenis van de psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg. De doorwerking van de antipsychiatrie, maar ook de snelle en omvangrijke uitbreiding van de hulpverlening en de toenemende overheidsbemoeienis zorgden voor veel turbulentie. In het midden van de jaren tachtig kwam hieraan een eind. In de periode 1985-2005, waarover deel 5 gaat, werd de organisatorische scheiding tussen de intra- en extramurale geestelijke gezondheidszorg doorbroken. Daarnaast vonden zorginhoudelijke vernieuwingen plaats, waarbij het doel was om het aantal en de duur van opnamen in psychiatrische ziekenhuizen te beperken en deze deels te vervangen door woon- en behandelfaciliteiten in de maatschappij.
Band III bevat bijlagen, een uitgebreide bronvermelding, bibliografie en index.