Dit wijnboek bevat geen tot in detail uitgewerkte ´wijngeografie´ en ook geen jubelende proefnotities over superwijnen. Want aan literatuur over de grote, supergeklasseerde, en vooral peperdure wijn die perfect smaakt, heeft de doorsneeconsument geen boodschap. Dit boek gaat over gewone, dagelijkse wijn en is gebaseerd op 35 jaar schrijf- en drinkervaring, wat het misschien ´ongewoon´ maakt. Tijdens die lange periode heeft de auteur onder meer geleerd om wijninformatie die publiek wordt verspreid, grondig te wantrouwen en heeft hij een eigen visie ontwikkeld waarin waarachtige, eerlijke informatie primeert. Ook dat maakt dit wijnboek anders.
Het eerste hoofdstuk behandelt de druivensoorten, in het tweede komen de wijntypes aan bod. De vier volgende hoofdstukken gaan over specifieke groepen van wijnen: de niet-Franse, de witte Franse, de zuiderse Franse en de rode Franse. Verder is het boek doorweven met specifieke, informatieve stukjes zoals ´De Biergrens´, ´Het Châteauprincipe´, ´De appellation-regeling´, ´Het mengen´, ´Bitterheid´, ´Mariageregels´, ´Wijn op restaurant´ en nog veel meer.
Nergens werd gestreefd naar volledigheid, alleen de nuttigheid en bruikbaarheid van de informatie voor de dageljkse wijnconsument met gezond verstand werd voor ogen gehouden.

