´God is dood!´ is voor miljoenen mensen realiteit geworden. Voor hen heeft de traditionele band tussen kunst en religie geen betekenis meer. Als zij zich nog interesseren voor religieuze kunst, doen ze dat uit historische interesse of uit toeristische nieuwsgierigheid. Maar is het zo eenvoudig? Dit boek laat zien dat het religieuze leeft in de oude en in de moderne kunst. Religieuze kunstwerken uit het verleden zijn méér dan museumstukken. Ze geven uiting aan authentieke, existentiële belevingen. Vaak hebben zij zo´n zeggingskracht dat zij ook bij de moderne toeschouwer religieuze ervaringen teweegbrengen. Het religieuze lijkt uit de hedendaagse kunst te zijn verdwenen, maar ook voor hedendaagse kunstenaars is het religieuze niet dood. Hun werk geeft uitdrukking aan de existentiële en religieuze vragen waarmee zij als kinderen van hun tijd worstelen: de zin van leven en dood, vergankelijkheid, rouw en verlies, goed en kwaad. De rode draad van dit boek is ondergaan en opstaan: het vermogen van de mens om zich op te richten wanneer hij dreigt onder te gaan.

