Meer en meer wordt duidelijk dat het vak wiskunde een onderdeel is van de basisvorming in het secundair/voortgezet onderwijs. De vraag die men zich daarom moet stellen is: wat uit de wiskunde is belangrijk voor deze leerling, om later zo goed mogelijk te kunnen functioneren in de maatschappij? De opdracht is dus dat alle leerlingen, ook zij die het moeilijk hebben met wiskunde, een minimum aan wiskunde onder de knie (kunnen) krijgen. Dat dit niet altijd lukt weet iedere leerkracht. Daarom biedt dit boek nieuwe inzichten in de problematiek en geeft het ook praktische pedagogisch-didactische vaardigheden mee om eraan te verhelpen. Oorzaken, symptomen en herkenningssignalen van rekenmoeilijkheden en wiskundestoornissen worden kritisch geduid. In het praktische luik staat de orthodidactische aanpak centraal. Hierbij is het de opdracht van de leerkracht om te zoeken naar de meest geschikte onderwijsstrategie (auditief, visueel, explorerend, …). Deze kan van leerling tot leerling verschillen. Orthodidactisch werk wordt niet alleen bepleit, maar ook getoond met tal van voorbeelden, memofiches, leerkaarten en oefensuggesties. Voor leerlingen met dyscalculie wordt een onderbouwd voorbeeld van een schools handelingsplan of ´contract´ gegeven met tal van concrete maatregelen. Het is echter niet zo dat alle problemen die een leerling met het vak wiskunde kan ondervinden tot dyscalculie mogen worden herleid. Ze kunnen ook het gevolg zijn van een andere leerstoornis, van motivatieproblemen, van faalangst, van absenteïsme, … In dit boek wordt daarom ook de problematiek, en de mogelijke oplossingen, niet beperkt tot enkel de dyscalculie. Het boek is bedoeld voor al wie te maken krijgt met wiskundeproblemen bij leerlingen van 12 jaar en ouder (= na het basisonderwijs): leraren, remedial teachers, zorgcoördinatoren, schooldirecties, (externe) leerlingbegeleiders, ouders.
Meer en meer wordt duidelijk dat het vak wiskunde een onderdeel is van de basisvorming in het secundair/voortgezet onderwijs. De vraag die men zich daarom moet stellen is: wat uit de wiskunde is belangrijk voor deze leerling, om later zo goed mogelijk te kunnen functioneren in de maatschappij? De opdracht is dus dat alle leerlingen, ook zij die het moeilijk hebben met wiskunde, een minimum aan wiskunde onder de knie (kunnen) krijgen. Dat dit niet altijd lukt weet iedere leerkracht. Daarom biedt dit boek nieuwe inzichten in de problematiek en geeft het ook praktische pedagogisch-didactische vaardigheden mee om eraan te verhelpen. Oorzaken, symptomen en herkenningssignalen van rekenmoeilijkheden en wiskundestoornissen worden kritisch geduid. In het praktische luik staat de orthodidactische aanpak centraal. Hierbij is het de opdracht van de leerkracht om te zoeken naar de meest geschikte onderwijsstrategie (auditief, visueel, explorerend, …). Deze kan van leerling tot leerling verschillen. Orthodidactisch werk wordt niet alleen bepleit, maar ook getoond met tal van voorbeelden, memofiches, leerkaarten en oefensuggesties. Voor leerlingen met dyscalculie wordt een onderbouwd voorbeeld van een schools handelingsplan of ´contract´ gegeven met tal van concrete maatregelen. Het is echter niet zo dat alle problemen die een leerling met het vak wiskunde kan ondervinden tot dyscalculie mogen worden herleid. Ze kunnen ook het gevolg zijn van een andere leerstoornis, van motivatieproblemen, van faalangst, van absenteïsme, … In dit boek wordt daarom ook de problematiek, en de mogelijke oplossingen, niet beperkt tot enkel de dyscalculie. Het boek is bedoeld voor al wie te maken krijgt met wiskundeproblemen bij leerlingen van 12 jaar en ouder (= na het basisonderwijs): leraren, remedial teachers, zorgcoördinatoren, schooldirecties, (externe) leerlingbegeleiders, ouders.

