In 1961 behaalde een groep vrouwen hun diploma aan de Sociale Academie in Amsterdam, ook bekend als de Kartuizer, de oudste opleiding voor Maatschappelijk Werk in Nederland. Meer dan veertig jaar later kwamen ze opnieuw bij elkaar en wisselden enthousiast verhalen uit. Ze besloten om hun levensverhalen vast te leggen, omdat een dergelijke bundeling een bijzondere blik zou werpen op zowel de levens van vrouwen in de jaren zestig als op het maatschappelijk werk in een weinig beschreven periode. Ze zetten een onderzoeksproject op waarbij vragen werden gesteld als: hoe zijn de levens verlopen van de vrouwen die 3,5 jaar lang dezelfde opleiding hebben gevolgd, hoe was het om te studeren in de roerige eind vijftiger, begin zestiger jaren en hoe ervoeren vrouwen hun positie als studerende/werkende vrouw.