Goede mensen is een verontrustende roman over redelijk denkende, goed opgeleide mensen, die zich, niet uit kwade wil maar uit lijfsbehoud, laten meezuigen door het regime waartoe ze toevallig behoren: dat van Hitler en dat van Stalin.
Het boek begint in Berlijn op 9 november 1938, de dag van de Kristallnacht, en eindigt in juni 1941 met de Duitse aanval op de Sovjet-Unie. Thomas Heiselberg, mededirecteur van de Berlijnse vestiging van een Amerikaans marktonderzoeks- en reclamebureau, is een groot bewonderaar van Amerika en wil vooral een belangrijk man worden op zijn vakgebied. Tijdens de Kristallnacht wordt de voormalige – joodse – huishoudster van zijn moeder vermoord door de SA. Zijn zieke moeder sterft van schrik. Korte tijd later besluit Thomas’ Amerikaanse werkgever zich uit Duitsland terug te trekken. Plotseling zit hij zonder werk én hij staat als jodenvriend te boek. Uit lijfsbehoud en ambitie treedt hij in dienst bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Duitsland is Polen binnengevallen en Thomas krijgt het verzoek zijn marketinganalyse om te werken tot een model aan de hand waarvan de Duitsers kunnen beslissen wat ze met de Polen zullen doen. Maar uiteindelijk gaan anderen er met zijn model vandoor en blijft hij met lege handen achter. Hij grijpt zich vast aan een laatste strohalm, die hem in contact brengt met de andere hoofdpersoon, Sasja.
In Leningrad, eveneens in de herfst van 1938, ziet Aleksandra (Sasja) Wajsberg, de achttienjarige dochter van joodse intellectuelen in Leningrad, hoe steeds meer vrienden van haar ouders door Stalins NKVD gearresteerd worden. Ze beseft dat binnenkort ook haar ouders aan de beurt zijn. Het enige dat ze nog kan doen, is ervoor zorgen dat haar twee jongere broers niet naar een kinderhuis gestuurd worden. Om dat te bereiken speelt ze informatie over haar ouders’ vrienden door aan een oude schoolvriend die een belangrijke functie heeft bij de NKVD. Inderdaad worden haar ouders gearresteerd, maar ook haar broertjes verdwijnen. Sasja blijft dagenlang wezenloos in bed liggen, maar uiteindelijk wint haar levenswil het, ze trouwt met de oude schoolvriend en wordt ondervraagster bij de NKVD, waarbij ze alle vrienden van haar ouders tot een bekentenis weet te brengen. Ze is goed in haar vak en klampt zich eraan vast om te overleven, maar haar gevoelens houdt ze achter slot en grendel. Pas als ze Thomas ontmoet, verandert dat, maar van een happy end is geen sprake.
Nir Baram (1976) groeide op in Jeruzalem. Zijn vader Oezi Baram en zijn grootvader Mosjee Baram waren kopstukken in de Israëlische Arbeidspartij. Nir Baram studeerde Hebreeuwse literatuur aan de Universiteit van Tel Aviv en werkt als redacteur bij uitgeverij Am Oved. Goede mensen is zijn vierde roman. Hij stond, net als eerder zijn derde roman, op de shortlist van de Sapirprijs, een belangrijke Israëlische literatuurprijs.

