Een eilandje voor de Bretonse kust: twee eilandbewoners die met elkaar in gesprek zijn: ‘Heb jij Pierre vandaag al gezien? Nee?
Merkwaardig. We zien hem toch elke ochtend op dit tijdstip.’
Pierre is een Bruggeling die zijn vaderland ruim tien jaar
geleden verruilde voor de rust en de ongereptheid van
de Bretonse kust.
Enkele uren later in Brugge. Op de plek van het voormalige
klooster van de Arme Klaren, nu een soort verscholen enclave
van een twintigtal aantrekkelijke stadswoningen, zijn vier
bewoners druk in gesprek gewikkeld nadat het lijk gevonden
is van de man die de Pierre uit de openingsscène blijkt te zijn.
Pieter Van In arriveert snel ter plaatse en ontdekt tot zijn
genoegen een stukje Brugge dat hij niet kende.
Bij de ondervraging van de bewoners stelt Van In vast dat ze
allemaal erg aan hun privacy vasthouden. Het lijkt wel alsof
ze collectief iets te verbergen hebben. Is de serene stilte van
de site slechts schijn?
Wat is de band tussen de vier bewoners die de moord becommentariëren?
Delen zij meer met elkaar dan hun poetsvrouw?
Pieter Van In ontdekt in het verleden van elk van de bewoners
elementen die het daglicht niet verdragen.

