Kerstmis 1888. In het kerkje van de Leproserij van Molokaï wonen de inboorlingen de mis bij. Pater Damiaan, ziek en vermoeid, zit terzijde. Hij wordt door Lawila bij haar echtgenoot geroepen: de zieltogende Kahili. Nadat de jonge man gestorven is, keert Pater Damiaan naar zijn pastorij terug - begeleid door kinderen die hem met vragen overstelpen. Dan begint hij te vertellen over zijn leven.
Zijn jeugd in Tremelo. Zijn fratsen met zijn broers en zusters. De buitengewone omstandigheden die zijn roeping bepaalden. Zijn aankomst op de Hawaï-eilanden als lid van de Picpus-orde. Zijn inspanningen om het christelijk geloof te verspreiden bij de inboorlingen…
Hij zegent het huwelijk van Lawila en Kahili in. Tijdens het huwelijksfeest wordt hem plots de melaatsheid in al haar verschrikkelijkheid onthuld. Kahili, een lepralijder, wordt aan de liefde van Lawila ontrukt door de gerechtsdienaars die jacht maken op de ongelukkigen die door deze kwaal zijn aangetast.
De zieken worden naar Molokaï overgebracht. Pater Damiaan aanvaardt de bovenmenselijke taak om de lepralijders te redden van de ondergang en hun leed te verzachten. Hij begeeft zich naar Molokaï waar de melaatsen zich aan dronkenschap, ontucht en afgodendienst overgeven.
Met een onvermoeibare volhouding vervult Pater Damiaan daar gedurende vele jaren zijn taak. De ontoereikendheid van de hulpmiddelen, die het Gezondheidscomité van Honolulu doet toekomen, doen Pater Damiaan besluiten om de zaak ter plaatse te gaan bepleiten. Zijn verschijning in het huis van de voorzitter van het Gezondheidscomité verwekt een ware paniek. Pater Damiaan trekt zich teneergeslagen terug.
Maar zijn hulpkreet heeft niet tevergeefs geklonken. Na een eerste edelmoedig gebaar van Dominee Chapman uit Londen stromen de hulpmiddelen van overal toe. Lawila krijgt de toestemming om het lot van Kahili te delen. Pater Damiaan beseft dat hij door melaatsheid is aangetast. Maar ook deze beproeving komt hij glansrijk te boven en nog lange jaren zet hij zijn taak verder…
De herinneringen vervagen… Pater Damiaan komt tot de werkelijkheid terug in zijn pastorij. Hij strompelt naar het kerkhof waar al diegenen rusten die hij heeft lief gehad en hij sterft aan de voet van de boom waar hij de eerste nacht heeft gerust toen hij op het eiland aan wal stapte.
Plots verheft zich een volk van schimmen die in triomfantelijke stoet Pater Damiaan naar de onsterfelijkheid leiden.
ZWART-WIT film.

