Dit thema is nooit eerder behandeld in de literatuur of film en is uitsluitend gebaseerd op medische rapporten en dagboeken van patiënten.
Paul Anderson, die al twintig jaar blind is, woont samen met zijn vader, een weduwnaar. Op zekere dag laat hij zich overhalen om de bekende Strampelli-operatie te ondergaan.
Het geopereerde oog van Paul functioneert, maar zijn hersenen zijn niet in staat een zinvolle betekenis te geven aan de verschillende visuele stimuli.
De evenwichtige blinde jonge man lijkt nu op een mentaal gehandicapte, die op volwassen leeftijd in de primaire gezichtsfase belandt van een pasgeborene die moet ‘leren zien’. Wanhopig probeert hij de talloze voorwerpen van de hele schepping, één voor één, te ontdekken, een exploratie waaraan een ziende zijn hele jeugd besteedt. Voor zo’n patient is het tragischer te leren zien, dan voor een ziende om blind te worden. De chirurg doet beroep op een Italiaanse pedagoge, Margot Pascoli, om Paul te ‘leren zien’. Zij tracht Paul te motiveren om haar visuele rainingsmethode te volgen.
Paul’s revalidatie wordt de allegorie van een persoonlijke wedergeboorte zodra hij erin slaagt de eerste bloem, de eerste dageraad, zijn eigen lichaam, het gezicht van zijn vader en dat van Margot te ‘zien’, die ongewild in een dubbele liefdesrelatie verwikkeld raakt.

